Be-Part

ENNL

Waregem, 2003, 1280 m²

Be-Part is een platform voor hedendaagse kunst waarbij creatie en ontmoeting sleutelwoorden zijn. Het centrum wil zich toespitsen op actuele, beeldende kunst van een kwalitatief hoogstaand, internationaal niveau.

De doelstelling was het kunstgebeuren naar het niveau van het grote publiek te brengen en kunst niet te laten verstarren in de hoge ivoren toren waar ze enkel toegankelijk is voor een selecte groep van kunstkenners en –liefhebbers.

Twee bestaande karaktervolle woningen, gebouwd in 1947, dienden ingepast in een nieuwe, ruimere structuur met nieuwe functies: het concept dat Frank Delmulle uittekende is dat van een rondgang geworden, een rondgang in tijd en ruimte(s), consequent opgebouwd, met respect voor het heden en liefde voor de toekomst.

De bezoeker wordt haast onmerkbaar maar met zachte dwang uitgenodigd voor een cirkelvormige wandeling. Buiten aan de ingang hebben dwarse arduinstroken de snelle vaart van het moderne leven al afgeremd. De gast betreedt de grootste van de bestaande villa’s, die als onthaalgebouw fungeert. Van 1947 wandelt hij via de loopbrug naar 1994. Er zijn geen wegwijzers, alleen de vloerspots zijn onnadrukkelijke bakens. De brug leidt naar de grote, haast mythische expositieruimte van glas en beton. Om de harmonie te bewaren met de oude structuur zweeft dit nieuwe gebouw als het ware boven de grond: het ‘nieuwe’ mag het ‘oude niet wegdrukken.

Het wisselende contact met aarde, licht en lucht wil het precaire spel tussen rationele en irrationele illustreren, schemerzone die zo essentieel is voor de kunst en de kunstenaar.

De gebogen achterwand leidt de gast onontkoombaar naar de naar de overgangsruimte, sas tussen oud en nieuw, tussen binnen en buiten, tussen licht en donker; Dat sas voert hem vervolgens naar de ‘sarcofaag’, het heilige der heiligen. In deze verzonken ruimte geen akoestisch plafond, maar naakte muren, koelte en weinig licht, een plek die uitnodigt om te zwijgen. Ten slotte komt de gast weer in de ‘oude’ structuur terecht, via de trap die naar het tweede huis leidt, terug naar 1947. Daar wacht hem het verleden, eindigend in Art Deco en een gordijn van bamboe.

Ruimtes, materialen, structuur, licht: alles haakt in elkaar en verwijst naar elkaar, in een volmaakte cirkelbeweging. Het einde grijpt in op het begin. De harmonie.

 

Museum, refurbishment.
Waregem, 2003, 1280 m²

 

Het Nieuwsblad

Het Volk

Openingscataloog

Elle Wonen

Nieuwe Architectuur in Vlaanderen

Exclusief: Eigentijds & tijdloos

 

 

Be-Part is a platform for contemporary art, where creation and encounter are the key words. The centre wants to concentrate on contemporary high-quality visual arts with an international dimension.

 

The objective was to raise the art scene to the level of the general public, rather than to let art fossilize in a high ivory tower, only accessible to a select group of art connoisseurs and art lovers.

 

Two existing houses with a lot of character, built in 1947, had to be incorporated into a new and larger structure with new features. Architect Frank Delmulle designed a circular walk, a walk in time and space(s), consistently built with respect for the present and love of the future.

 

With almost imperceptible, gentle pressure, the visitor is invited to a circular walk. At the entrance, transversal bluestone strips have already slowed down the fast pace of modern life. The guest enters the largest of the villas, now the reception building. From 1947, he walks to 1994 by means of the passage. There are no signs, only the floor spots are inexplicit beacons. The passage leads to the large, almost mythical exhibition hall of glass and concrete. To keep the harmony with the old structure, this new building floats as it were above the ground: the ‘new’ should not suppress the ‘old’.

 

The alternating contact with earth, air and light seeks to illustrate the precarious play between the rational and the irrational, the twilight zone that is so essential to both art and artist.

 

The curved back wall inevitably guides the guest towards the transition area between old and new, between inside and outside, between light and darkness. Subsequently, the guest reaches the ‘sarcophagus’, the holy of holies. This recessed space has no acoustic ceiling but bare walls, coolness and dim light; it is a place that invites to be silent.

Finally, the guest re-enters the ‘old’ structure, through the stairs leading to the second house, back to 1947. There the past awaits him, ending up in art deco and a bamboo curtain.

 

Spaces, materials, structure, light: everything intertwines and refers to each other, in a perfect circular motion. The end interferes in the beginning. Harmony.