Vertical Loft

ENNL

Petegem aan de Schelde, 2006, 470 m²

Het is bijzonder om te zien dat in de cultuurhistorie van een landschap en/of gebouw een mooie en karakteristieke toekomst besloten kan liggen. Zo ook met het complex van de oude cichoreifabriek ‘DE LELIE’ in Petegem a/d Schelde. Vanuit alle windrichtingen is het roodgekleurde bakstenen gebouw al van heinde en verre te zien, want de schoorsteen van het complex steekt boven het landschap uit. Jarenlang werd in het gehucht de Kolpaart cichorei-wortels (eigenlijk witloofwortels) verbouwd op de langgerekte akkers, die later nadat de wortels waren gewassen in een sleuf in het landschap, gedroogd werden in de nabijgelegen droogtoren van de fabriek. Later werden de gedroogde wortels, en daardoor behoorlijk gekrompen, vermalen en daarna verpakt in de karakteristiek rode verpakkingen als de bekende cichorei ‘De Lelie’, een vervanger voor koffie. In 1995 werd de productie in de branderij, gevestigd aan de Kortrijkstraat in Petegem, stopgezet. Sindsdien stonden de zowat zeventig jaar oude fabrieksgebouwen leeg. Totdat architect Frank Delmulle het complex in 1997 in het vizier kreeg om het te gaan renoveren tot zijn eigen loftwoning, architectenbureau en een toekomstige galerie.

De bouwaanvraag hiervoor botste echter op wat tegenwind. Volgens Frank Delmulle kon de cichoreibranderij alleen als bouwkundig erfgoed behouden blijven wanneer het gebouw een nieuwe bestemming zou krijgen, zoniet dan zou het verval onherroepelijk zijn. Hij karakteriseert het complex als een vertrouwd gezicht in het Petegemse straatbeeld en beloofde dat door zijn renovatie en verbouwing de historische eigenheid niet zou worden aangetast. Uiteindelijk werd aanvaard dat het historisch waardevol pand een nieuwe bestemming zou krijgen en werd na lang overleg uiteindelijk de vergunning verleend.

‘Inderdaad, het heeft ongeveer 7 lange jaren geduurd voordat we de bouwvergunning verleend hebben gekregen, maar de beloning is groot’, begint Frank Delmulle zijn verhaal. ‘De aanvraag was van 2000 en de reden waarom het zo lang duurde lag in de droogtoren van ‘De Lelie’. Hier wilden we onze loft maken maar dat gedeelte zou dus van bestemming moeten gaan veranderen, van bedrijfsbestemming naar een woonbestemming. Dat lag wat moeilijk. De cichoreifabriek ‘de Lelie’, gelegen aan de rand van het dorp mag oprecht een landmark van de leefgemeenschap genoemd worden. We wilden zoveel mogelijk het authentieke en oorspronkelijke gebouw en de bijbehorende sfeer bewaren en behouden.” (FD)

De ligging van de droogtoren, achter op het bouwperceel en met een magnifiek uitzicht over de Scheldevallei, maakte het niet moeilijk om te beslissen waar de uiteindelijke ‘verticale’ loft zou komen. Anderzijds kwam het ook de privacy ten goede, het lag ver genoeg verwijderd van het semipublieke karakter van het kantoor. Het alternatief, een horizontale schakeling van de ruimten achter elkaar op één van de verdiepingen, zou niet het gewenste eindresultaat hebben opgeleverd, sommigen ruimte zouden dan van licht en zicht verstoken zijn gebleven’. Het industriële complex van ‘de Lelie’, oorspronkelijk gebouwd in de jaren ’30 heeft jarenlang gediend voor het drogen en het opslaan van de cichoreiwortels en heeft ook gedurende deze tijd ook hetzelfde ambachtelijke productieproces gehuisvest. De wilde cichorei ‘Cichorium Intybus’ werd verbouwd op de uitgestrekte velden rondom de fabriek, en van juli tot augustus kleurde de landelijke omgeving van Petegem a/d Schelde, vanwege de bloemen, in een overweldigend lichtblauw. Na de oogst van september tot december werden de wortels van de plant eerst in een sleuf in het landschap gewassen voordat het bovenin de droogtoren werd gestort. Deze droogtoren had op enkele niveaus metalen roosters die naar beneden toe steeds kleinere openingen vertoonde. Naarmate de wortels uitdroogde, en dus kleiner werden, vielen ze door de verschillende roosteropeningen naar beneden tot op de bodem. Dit natuurlijk proces nam veel tijd in beslag. Daar vanuit werd het omhoog getakeld en door middel van een transportband voor lange tijd in de voorraadkamer, boven op de zolderverdieping, opgeborgen. Soms lag er wel een voorraad van ca. 1 miljoen kilo cichorei. Op aanvraag werd vanuit hier de cichorei door trechters naar beneden gestort, vermalen en gebrand in de oven (de plek waar nu het bureau van IDEEELL gevestigd is) en op transport gezet naar de afnemers. Het is heel bijzonder om te zien dat de karakteristieke elementen van het productieproces en van de fabriek door architect Frank Delmulle zijn vertaald naar de nieuwe uiterlijke en innerlijke vorm van het nieuwe interieur.

“Kortweg kun je stellen dat het totale complex in vier elementen te verdelen is; de droogtoren, de transportschacht, de voorraadzolder en de oven/transportruimte. Door middel van renovatie en nieuwbouw hebben we het gebouw een update voor de toekomst, gegeven; een betere daglichttoetreding en bezonning waren hierbij belangrijk, maar ook de isolatie van het totaal en als belangrijkste element, de functionaliteit van het geheel. Het voormalige fabriekscomplex moest als gezinswoning en architectenbureau gebruikt gaan worden. Als het ware heb ik de droogtoren en de verticale schacht van binnenuit uitgehold zodat er alleen nog een ‘buitenschil’ van baksteen overbleef. Dit fragiele volume had openingen in de gevel die gebruikt konden worden voor ramen, maar deze waren niet voldoende groot genoeg. Waar we extra licht nodig hadden, hebben we grotere raamvlakken gemaakt; enkele kleinere ramen hebben we gecombineerd tot grotere openingen zodat er voldoende dag- en zonlicht in de woning zou komen. Daarna heb ik de aan de binnenkant van de gevel een tweede ‘huid’ aangebracht, een zelfstandig en transparant volume dat het interieur van de loft in zekere zin omvat. De sleuven en gaten die we gemaakt hebben geven per verdieping zicht op de omgeving van de Scheldevallei. De loft telt totaal 4 woonverdiepingen, tezamen met nog een kleine dakverdieping, en deze 4 verdiepingen vertonen in de vloeren bij de achtergevel glas en metaalroosters, refererend aan de verschillende transparante roosters van de vroegere droogtoren. Op deze manier versterken de roosters het originele, het transparante en het authentieke gevoel van de oude fabriek. In de huidige situatie zorgen de nieuwe roosters ook voor een goede daglichttoetreding: er komt zelfs zonlicht tot beneden in de keukenruimte. In tegenstelling tot het architectenbureau waar van binnenuit geïsoleerd werd door middel van doordachte akoestische en thermisch isolerende wanden, is het in de droogtoren net andersom gedaan. Hier is de baksteen langs binnen essentieel voor een loft-sfeer. Het woongedeelte zal later nog aan de buitenkant geïsoleerd worden. Tussentijds hebben we daarvoor al enige tijdelijke maatregelen voor isolatie getroffen, te weten de ‘kanaalplaat’ wanden aan de binnenkant van de keukenruimte. Als definitieve oplossing wordt uiteindelijk de zuid-oostgevel, de gevel die uitkijkt op de parkeerplaats, voorzien van een constructie van metaalschermen die los van de gevelwand worden gemonteerd, het krijgt hierdoor, laat ik zeggen, een nieuwe derde metalen huid.” (FD)

Transparantie is bij het vormgeven van dit gebouw en interieur bijna altijd het leidende element geweest, daarom is er ook veel glas toegepast. Dat is met name te zien bij de inkomhal. In deze ruimte bevindt zich de trapopgang en de lifthal. Ook op de verschillende verdiepingen werden horizontaal als verticaal het transparante gevoel perfect uitgespeeld, in het daklicht en de schuifpui bij de grote living, de glazen scheidingwanden van de kleine bibliotheek en mediaroom, de halfdoorzichtige wanden van de badkamers en de stalen roosters in de trapbordessen.

Alles komt de totale openheid van dit architectuur- en interieurproject ten goede en het helpt zelfs bij gradaties van privacy. Daarnaast speelde ook het respect voor het historische gebouw een grote rol in combinatie met innovatie voor de toekomst.

“In veel elementen vind ik dat het gebouw een typisch IDEEELL project is. Het heeft karakter gekregen door zijn spel van individualiteit en collectiviteit, rationaliteit ten opzicht van irrationaliteit, de continuïteit van ruimte tegenover die van tijd maar het is bovenal een architectuurproject van duurzaamheid, een actueel thema vandaag de dag. Onze projecten volgen absoluut niet de trends, zijn eerder gebaseerd op het constant zoeken naar evidentie, naar vanzelfsprekendheid. Maar ik moet bekennen dat ik met mijn materiaalgebruik mijzelf hier bij dit project een zekere vrijbrief heb gegeven. Je ziet een combinatie van historische bakstenen, geglazuurde Marokkaanse wandtegels, potig beton, natuurlijk hout, transparant glas en innovatieve metalen en kunststoffen. Alle materialen benadrukken en onderstrepen de verschillende soorten atmosferen die we hier hebben gecreëerd, soms koeler van sfeer, dan weer functioneel, of soms een klein accent van de Ksar-cultuur uit Marokko.(FD)

Marc Helden

 

Private House, refurbishment.
Petegem aan de Schelde, 2006, 470 m²

 

Weekend Knack

Cesta na západ

AVS

Focus WTV

VT4

 

It is extraordinary to see that the cultural history of a landscape and/or building may lied a beautiful and characteristic future. This was the case for the complex of the former chicory factory DE LELIE (The Lily) in Petegem-aan-de-Schelde. The red coloured brick building can be seen from far and wide, for the chimney of the complex dominates the landscape. For years, chicory roots were grown on the vast fields in the hamlet The Kolpaart. After being washed in a slot in the landscape, they were dried in the nearby drying tower of the factory. Later, the dried and substantially shrunk roots were ground and packed in the characteristic red packaging. This was the famous chicory De Lelie, a substitute for coffee.

In 1995, the production at the roasting house at Kortrijkstraat in Petegem was suspended and the nearly seventy-year-old buildings were out of use and left empty.

In 1997, architect Frank Delmulle caught sight of the complex and decided to converse the buildings into his home, his architectectural firm and a future gallery.

 

However, to obtain the building application was not plain sailing. According to Frank Delmulle, the chicory factory could only be preserved as architectural heritage if the building got a new destination. If not, the decay would be irrevocable. He characterized the complex as a familiar sight in the streets of Petegem and promised that its historical individuality would not be affected by the renovation. Eventually it was accepted that the historically valuable building would get a new destination. After much deliberation, the permit was finally granted.

 

“It took indeed about 7 years before we received the building permit, but the reward is great”, Frank Delmulle begins his story. ‘We applied in 2000 and the reason why it took so long was the drying tower of De Lelie. We wanted to create our loft in it, but that meant a change from business destination to a residential use of that part. That was a bit difficult. The chicory factory at the outskirts of the village may truly be called a landmark for the community. We wanted to preserve the authentic building and its accompanying atmosphere as much as possible.”

 

The location of the drying tower at the back of the plot with its magnificent view over the Scheldevallei (Scheldt Valley) made it easy to decide were the ‘vertical loft’ was to be located. On the other hand, this location was beneficial to the privacy: far enough from the semi-public character of the architectural firm. The alternative, a horizontal succession of spaces on one of the floors, wouldn’t have led to the desired end result as some spaces would have been deprived of light and sight.

 

De Lelie was built in the 1930s and was used for the drying and storing of chicory roots and the production of chicory. The wild chicory Cichorium Intybus was grown on the vast fields surrounding the factory, and from July to August the countryside of Petegem-aan-de-Schelde coloured in an overwhelming light blue, because of the flowers of the chicory. After the harvest, from September to December, the roots of the plant were  first washed in a slot in the landscape and then scattered at the top of the drying tower. The drying tower had metal gratings on a several levels, with increasingly smaller openings from top to bottom. As the roots dried and thus became smaller, they fell down through the openings of varying shape. This natural process was very time-consuming. From there, the chicory was transported upwards by means of a conveyor belt and stored in the storehouse up the attic for a long time. At times, the stock counted 1 million kilograms of chicory.

 

On demand, the chicory was poured down through funnels, ground and roasted in the oven (the IDEEELL architectural firm is located here now) and transported to the customers. It is remarkable to see that architect Frank Delmulle translated the characteristic elements of the production process and of the factory to the new outer and inner form of the interior.

 

Frank Delmulle: “In short, you might say that the entire complex is divided into four elements: the drying tower, the transport shaft, the storehouse and the oven/transport area. By means of construction and renovation we have updated the complex for the future. A better entry of daylight and sun were of importance, but also the insulation and, a key element, the functionality of the whole. The former factory complex was to be used as a family home and as an architectural firm. I excavated the drying tower and the vertical shaft from the inside, as it were, so that only the ‘outer shell’ of brick remained. This fragile volume had openings in the outer walls that could be used as windows, but they were not big enough. Where we needed extra light, we made larger window openings: we combined several smaller windows to larger openings to allow daylight and sunlight into the house.

 

I then applied a second ‘skin’ on the inside of the outer walls, an independent and transparent volume that in a way encloses the interior of the loft. The slots and holes that we made, provide a view on the Scheldevallei from each floor. The loft has 4 residential floors and a small floor in the roof. The 4 floors all have glass and metal grids in the flooring at the back facade, referring to the various types of transparent grids of the former drying tower. In this way, the grids reinforce the original, transparent and authentic feel of the old factory. They also provide a good entry of daylight: there is even sunlight down in the kitchen.

In contrast to the architectural firm that was insulated from within by means of acoustic and thermal insulating walls, the insulation of the drying tower was done the other way around. Here, the bricks on the inside are essential to contribute to the lofty atmosphere. Later, the living area will be insulated on the outside. Meanwhile, we have taken some temporary measures for insulation by installing hollow core walls on the inside walls of the kitchen. As a final solution, the south-east outer wall facing the parking lot will be covered with a construction of metal screens that are mounted separately from the outer wall. In this way it gets, so to say, a new third metal skin.”

 

Transparency has almost alwas been the guiding element in the design of this building and interior, therefore a lot of glass has been applied. This can particularly be noticed in the entrance hall, where the staircase and elevator are situated. The feeling of transparency also played a key role on the various floors, horizontally as well as vertically: in the skylight and the sliding doors in the spacious living room, in the glass separation walls of the small library and media room, in the semi-transparent walls of the bathrooms and in the steel grates of the staircases. Everything is beneficial to the overall openness of the architecture and interior design and even contributes to the degrees of privacy. In addition, the respect for the historic building also played a key role, combined with innnovation for the future.

 

Frank Delmulle: “I think the building is a typical IDEEELL project in many elements. It has character through the interaction between individuality and collectivity, rationality versus irrationality and the continuity of space versus continuity of time, but above all it is an architectural project of sustainability, a contemporary issue. Our projects absolutely do not follow trends, but are based on a constant search for the obvious. But I must confess that in this project, I have granted myself a permit in the use of materials. You see a combination of historic bricks, glazed Moroccan tiles, burly concrete, natural wood, transparent glass, innovative metals and synthetic building materials. All materials emphasize and underline the different atmospheres we created here, sometimes cooler, then again fuctional, with a small accent of the Ksar architecture in Morocco.”

 

Marc Helden