Siamese House

ENNL

Wortegem-Petegem, 1993, 380 m²

Het huis moest zo ontworpen worden, dat het in twee aparte woningen kan worden gesplitst. Maar voor de verdere uitvoeringen probeerde architect Frank Delmulle zich te laten leiden door het verhaal van het huis zelf. “Als je je oor te luisteren legt, wordt het zoals het eigenlijk niet anders kon.”

Elk huis vertelt een eigen verhaal. Alleen de invalshoek van de verteller kan er een andere wending aan geven. De bewoner kiest meubelen, kleuren, materialen en persoonlijke bezittingen en bouwt zo zijn huis op vanuit een subjectieve optiek, los van grootse theorieën, gewoon op het gevoel.

Met woongenot als eerste criterium. De architect daarentegen wil met een huis zijn visie weergeven op architectuur. Met zijn creatie neemt hij deel aan de ontwikkeling van de bouwkunst, hij maakt een statement. Sommigen doen dat letterlijk: “Zo is het en niet anders.” De architect van dit huis, Frank Delmulle, ziet het genuanceerder: “Zo is het, en kon het eigenlijk niet anders.” Er zit logica in de verhaallijn. Als architect moest Frank Delmulle niet meer doen dan zijn oor te luisteren leggen, om de eigenheid van dit huis te ontdekken.

Dit is een huis met twee verhalen. Eén waarin functionaliteit de hoofdrol speelt: de woning moest zo ontworpen worden dat na splitsing twee afzonderlijke woningen ontstaan, zodat in de toekomst iemand op de verdieping kan inwonen, om de persoon die op de begane grond woont te verzorgen. Het tweede is het persoonlijke verhaal van de architect. Want het bouwen van een huis vertelt veel over zijn bouwer. Hoe start je een ontwerpproces? Welke uitgangspunten hanteer je? Hoe vorm je een woning?

“Als je een woning op een open plek ontwerpt, moet je als architect de bewoner een zekere verhouding geven tot zijn directe omgeving”, vertelt Frank Delmulle. “Je moet hem of haar het gevoel geven geborgen te zijn, en tóch niet te veel afgeschermd”. Dat doet hij bijvoorbeeld door de ene kant van het huis aan de voorkant radicaal van de buitenwereld af te schermen met een gesloten, betonnen gevel en de achterkant van het huis transparant en open te houden.

Al van bij de voordeur zie je de aanzet tot de toekomstige tweewoonst. Links naast de gevel rijst een trap op, waarlangs je de bovenverdieping kan bereiken. Beneden geeft de voordeur nu nog toegang tot het volledige huis. Door de glazen profielen bij de ingang zie je vaag wat zich binnen afspeelt.

Van binnenuit valt het daglicht diffuus naar binnen. Ook op die manier wordt op subtiele wijze gespeeld met de grens tussen binnen en buiten.

Dat half transparante effect herhaalt zich hier en daar in het huis. Als scheiding tussen de woonkamer, badkamer en slaapkamer en de buitenkant, en tussen de entreehal en de garage. Het doortrekken van het ruimtelijke gevoel is trouwens een van de kenmerken van deze woning. “De relatie van een bewoner tot de ruimte moet verder gaan dan het zicht dat hij heeft binnen vier muren”, zegt de architect. “Ook hier krijg je weer een gevoel van geborgenheid, en van openheid en vrijheid.

Wordt straks beslist het huis in twee delen op te splitsen, dan kunnen beide woningen totaal los van elkaar bestaan. Het bovenappartement bereik je via de buitentrap. De voormalige slaapkamers ondergaan een kleine metamorfose en worden woonkamer, eetkamer-keuken en berging. En op de verdieping wordt parallel met de trap een glazen wand geplaatst. Als je van beneden komt, kun je rechtdoor lopen naar het bureau, dat door een vide en het grote raam ruimtelijk verbonden is met de woonkamer op de benedenverdieping. In die ruimte geeft een glazen pui onbeperkt zicht op de tuin.

Ook in de woonkamer beneden worden binnen en buiten met elkaar verbonden door opvallende elementen, zoals de glanzende vloerbedekking, die lijnen doortrekt en beelden weerspiegelt. Op het eerst gezicht lijken alle details op zich te staan, maar wie goed kijkt, ziet een logisch verband tussen de buitentrap, de glazen wand, de zeven meter lange sofa en de constructie rondom de vide, die eindigt in een verticale glaspartij van twee verdiepingen hoog. Als je het geheel overschouwt, zie je de onmiskenbare handtekening van Frank Delmulle: ruimtelijke, transparant en helder van concept, uitstraling en materiaalkeuze.

Dit laatste is belangrijk voor de architect. Geborgenheid wordt bijvoorbeeld geaccentueerd door de keuze van okoumehout voor de keuken, dat in contrast staat met het koelere aluminium van het kookeiland. Volgens de architect moet niet alleen de uiterlijke vorm, maar ook het materiaal bijdragen tot het terugvinden van een soort ‘oergevoel’. “In veel aspecten van ons bestaan verloren we de essentie van leven en wonen”, zegt Frank Delmulle nog. “Door de oprukkende techniek zijn de menselijke waarden naar de achtergrond verschoven. Ik probeer ze opnieuw te introduceren, door een architectuurtaal te hanteren die universeel is. Met deze manier van bouwen, wil ik het menselijke in de bouwkunst opnieuw een plaats geven.”

Marc Heldens

 

Private house.
Wortegem-Petegem, 1993, 380 m²

 

Goed Wonen / Weekend Knack / De Standaard Woongids

 

The house had to be designed in a way that it could be split into two separate dwellings. But for further implementation architect Frank Delmulle tried to be guided by the story of the house itself. “If you put your ear to listen, it will be as it really could not be otherwise.”

 

Every house tells its own story. Only the perspective of the narrator can give a different twist. The resident chooses furniture, colors, materials and personal belongings and thus builds his house from a subjective point of view, regardless of grand theories, just on intuition, with enjoyable living as the first criterion.

 

The architect however wants a house to show his vision on architecture. With his creation he participates in the development of architecture, he makes a statement. Some do it literally: “this is the way, the only way.” The architect of this house, Frank Delmulle, sees it in a more nuanced manner: “this is the way, and it really could not be otherwise.” There is logic in the storyline.
The architect only had to put his ear to listen to discover the uniqueness of this house.

 

This is a house with two stories. One story where functionality plays the leading role: the house had to be designed in a way that two separate dwellings arise after separation, in order that, in the future, someone can reside the first floor, to care of the person who lives on the ground floor.
The second one is the personal story of the architect. Because building a house tells a lot about its maker. How do you start a design process? Which basic assumptions do you use? How do you shape a residence?

 

“When you design a house in an open space, as architect you need to give the resident a certain relationship to his immediate environment”, says Frank Delmulle. “You have to give him or her the feeling that they are sheltered, and yet not too secluded.” He does this for example by radically shielding the front of the house from the outside world with a closed concrete facade and keeping the back of the house open and transparent.

 

Right from the front door you can see the start of the future two residences. To the left of the facade rises a staircase, along which you can reach the first floor. Downstairs the front door still gives access to the entire house. The glass sections at the entrance give you a vague glimpse of what is happening inside.

 

From the inside the daylight penetrates diffused. In that way, there is also subtly played with the boundary between inside and outside.

This semi-transparent effect repeats itself here and there in the house. As separation between the living room, bathroom and bedroom and the exterior, and between the entrance and the garage. The extension of the sense of space is also one of the characteristics of this residence. “The relationship of a resident to a space should go beyond the sight that he has within four walls,” says the architect. “Yet again, you get a sense of seclusion and at the same time of openness and freedom.

 

If later on the decision is made to split the house into two parts, the two dwellings can exist completely independent from each other. The upper apartment is reached by the outside staircase. The former bedrooms will undergo a small metamorphosis and become living room, dining room-kitchen and storage space. On the upper floor, a glass wall is placed parallel to the staircase. If you come up from the ground floor, you can walk straight to the office, which is spatially connected by a vide and the large window to the living room on the ground floor. In this space a glass facade gives an unlimited view on the garden.

 

In the living room downstairs as well, the inside and outside are interconnected by prominent elements, such as the shiny floor covering which extends lines and reflects images. At first sight, all details seem to stand on their own but if you look closely you will see a logical connection between the outside stairs, the glass wall, the seven meter long sofa and the construction around the vide, which ends in a vertical glass wall of two floors high. If you overlook the whole, you see the unmistakable signature of Frank Delmulle: spatial, transparent and clear concept, appearance and materials.

 

The latter is important for the architect. For example, a sense of intimacy is enhanced by the choice of okoumé wood for the kitchen, which contrasts with the cooler aluminum of the kitchen island. According to the architect not only the overall shape, but also the materials used, contribute to the discovery of a sense of ‘primal feeling’. “In many aspects of our existence we lost the essence of life and living,” adds Frank Delmulle. “Because of the advancing technology, the human values have become less prominent. I try to reintroduce them, by adopting an architectural language that is universal. By building like this, I want to give human nature a place again in architecture. ”

 

Marc Heldens