Louis XV

Oudenaarde, 2004, 2300 m²

 

MONUMENT

De basis van de beschermde woning, de overwelfde kelder met de bak- en zandsteenconstructie, zou dateren uit de late middeleeuwen. De actuele organisatie dateert uit de 18e eeuw met een interieur in Lodewijk XV-stijl met karakteristieke dubbelhuis- aanleg met centrale gang en traphal.

 

Alle omgevende bebouwing van de beschermde woning wordt gesloopt zodat de mogelijkheid bestaat om de woning los te plaatsen. Het beschermde gebouw is een duidelijke en sterke invloed op de site.

 

RELATIE

De nieuwe voorbouw gaat dan ook op een subtiele manier een relatie aan met de oude achterbouw. De uitgesproken mentaliteit wordt op een adherente manier gebruikt om de perfect resonantie te bereiken.

 

De voorbouw neemt de sterke geleding (de sterke 18e-eeuwse typologie van de achterbouw) over op een zodanige manier dat noch nieuwbouw noch het oude gebouw overheersen of onderwerpen. Het middel hiertoe is een minutieus contrast dat de aanwezigheid van de achterbouw duidelijk maakt zonder dominant te zijn.

 

DREMPEL EN DOORZICHT

Het verlengde van de centrale gang van de achterbouw wordt de toegang van het complex. Weliswaar kreeg deze doorgang een knik zodat er slechts een beperkt zicht is vanop straat door de achterbouw naar de binnentuin. Deze hoekverdraaiing van de achterbouw tegenover de Nederstraat wordt tevens de verticale schuinte van de verlengde centrale hal.

De eerste 8 meter van de hal is volledig opengemaakt (vide) om de drempel tussen het voetpad en de centrale circulatieruimte zo klein mogelijk te maken. Ook de drempel voor winkelende mensen om even langs de centrale glazen etalages te kuieren verdwijnt hiermee.

 

AANSLUITING

Het grondplan van de achterbouw werd geprojecteerd als doorsnede waarbij de hoekverdraaiing ook hier  op een exacte manier de aanwezigheid van de achterbouw leesbaar maakt.

 

De bouwlocatie is daardoor geen tabula rasa, maar een bres in het concept van de stad, een gemanipuleerde leegte gebaseerd op regels van het gebouw, waar het nieuwe volume zich als het ware op de juiste manier heeft tussen gewrongen.

 

Er wordt een vide gelaten vertrekkend vanuit de kelder zodat ook hier het bestaande monument los komt te staan. De zijbouw is verder een zoeken naar licht enerzijds en een gepaste relatie met zijn omgeving anderzijds.

 

De volledige circulatie van het project is gesitueerd in de kern, tussen voorbouw en achterbouw om alle gebouwen op een gelijkaardige manier in te schakelen in de nieuwe geleding.

 

Op die manier is er ook een duidelijke zichtbare bereikbaarheid van de verschillende niveaus van de achterbouw zodat deze optimaal en flexibel ingepast kan worden in nieuwe actuele functies. De verschillende niveaus zijn daardoor ook apart te gebruiken zonder afhankelijkheid van de gelijkvloerse verdieping.

 

VERBINDINGEN

De circulatieruimte is een overdekte buitenruimte zodanig dat ze een overgang creëert tussen voor- en achterbouw. De circulatie is hierbij zo georganiseerd dat de bordessen (volgens het BW) minstens 1,9 meter van de perceelsgrens met de site rechts verwijderd blijven.

 

De inkomzone van het achtergebouw wordt doorgetrokken tot in de tuin. Hierdoor ontstaat een ‘zijdelingse’ inkom naar de kelder, waardoor deze aangesloten wordt aan het stedelijk weefsel, en wordt een verbinding gemaakt van de gelijkvloerse ruimte met de achtergelegen tuin.

 

Het tuinpad volgt dan weer de geleding van de voorbouw.