Mòris

Bar, refurbishment.
Gent, 2015, 95m²

 

Photographs: STØR

 

Het gebouw, uit de 17e eeuw, heeft enorm aantrekkelijke (oude) structurele elementen. Zo zijn de muren grotendeels opgebouwd uit grote ongelijkvormige blokken vooraan, en de plafonds verraden een sfeervolle eiken balkenstructuur. De strategie is simpel: het hele pand te strippen naar hun oorspronkelijke patine. Deze sfeervolle authentieke en ruwe basis dient als unieke atmosfeer van de toekomstige bar.

 

De oude trap wordt uitgebroken om de tweede ruimte van het al kleine café open te maken. Er wordt een nieuwe trap gemonteerd in de aanbouw achteraan. Deze ruimte is precies groot genoeg om een trap in te voorzien. De toiletten, gescheiden van de ruimte door een stalen deur, worden binnenin wit afgewerkt om het contrast. Ze krijgen hun identiteit door gekleurde neon verlichting. De voormalige raamopeningen worden terug open gemaakt zodat we in de ene opening een urinoir kunnen bouwen en in de andere een grote handwasbak. De urinoir en handwasbak contrasteren met de brute raamopeningen. In deze openingen, tussen de toiletruimte en de bar, werd spy-glass geplaatst, zodat je vanuit de toiletten in de bar kan kijken maar niet omgekeerd. Een klein spotje centraal boven de twee elementen zorgen voor net voldoende licht en wat mystiek. Door alle nutsvoorzieningen achteraan te plaatsen, hebben we nu de mogelijkheid om de gelijkvloerse ruimte optimaal te benutten.

 

De ruimtes zijn onderverdeeld in twee vloerpassen. Vooraan, de nulpas, ligt gelijk met het straat. Het tweede deel ligt  hoger. We willen dit niveauverschil gebruiken in het concept. De werkhoogte van in de bar kan immers doorlopen in een vloeiende beweging in de tweede ruimte en zo een zitbank worden. Op deze manier creëren we unieke atmosfeer waarbij de zittende gasten niet alleen op de toog zitten, maar waarbij de ooghoogte van de zitten en de staande gasten op dezelfde hoogte liggen.

 

Om dit nieuwe element extra kracht te geven, en een wat losstaand karakter voeren we het volledig en autonoom uit in één materiaal. De toog, de banken en de vloeren. De lijn die de scheiding tussen oud en nieuw bepaald, is waar de toog staat. Deze lijn is er enkel in materialisatie, maar zal in realiteit, met losse meubels doorheen de twee zones, minder hard voelbaar zijn.

 

Boven het meubel, tegen de muur wordt een strakke facing van nauwkeurig uitgekozen dranken gemaakt. Lange stalen liggers over breedte van de muur  met ingewerkte ledlijnen lichten de flessen op de juiste manier op, zonder opdringerig te worden.

 

Het zitmeubel vormt een plaats die de zitplaats scheidt van de bar, maar tegelijkertijd bindt. De mensen die op de middelste zitbank zitten kunnen communiceren naar de bar of met ander bargasten. Op deze manier zal de bar rondom rond werking krijgen.

 

Door het ruw laten van plafond en muren moet er omzichtig omgesprongen worden met verlichting. Overbelichting kan de ziel van deze donkere bar schaden. De algemene strategie is om de verlichting naar beneden te richten, zodat het oude plafond als een tweede layer fungeert, die minder verlicht wordt. Zo gaan we de intimiteit benadrukken..

 

De toog wordt verlicht met een groot pendelarmatuur. Simpel maar effectief. Achter de toog springt de verlichte facing van de flessen in het oog.  Het meubel wordt verlicht met enkele ledlijnen, zodat deze een uitnodigende warme gloed uitstraalt. Deze ruimte wordt aangevuld met tafelverlichting en een enkele wandspot zorgt voor wat algemene verlichting.

 

De gevel blijft onveranderd. De ramen worden geschilderd, om te matchen met de stalen leggers en details. De nieuwe bar wekt de nieuwsgierigheid in zijn bescheidenheid. De inkomdeur met erboven een klein embleem verraadt de aanwezigheid.