Transfo

Zwevegem, 2007, 7980 m²

 

ANALYSE VAN DE SITE

 

BESTAANDE KRACHTPUNTEN VAN DE SITE EN HAAR GEBOUWEN

 

–   De site als uniek gegeven binnen Europa door de intactheid van en de grote verscheidenheid aan machines.

–   Het gebouw van de turbinehal heeft een zeer waardevolle zaal op de eerste verdieping waar een verzameling unieke machines is opgesteld. Op het gelijkvloers bestaat het gebouw echter uit een kluwen van zware betonfunderingen van deze machines waardoor deze ruimte donker en praktisch ontoegankelijk blijkt. Enkel aan de zuid-oost zijde van het gebouw is op het gelijkvloers een grote openheid die via een vide in relatie staat met de eerste verdieping. De turbinehal is een krachtige ruimte die centraal gepositioneerd is tov de overige gebouwen. Deze ruimte kan opgevat worden als een centrale ruggengraat van het geheel van de gebouwen.

–   Vide in de vloer van de turbinezaal naar het gelijkvloers niveau, aan de zuidoostelijke gevel.

–   Fascinerende buitenruimte tussen het ketelhuis en het lagere gebouw aan de noordzijde van het ketelhuis.

–   De schouwen aan de kanaalzijde hebben een sterke signaalfunctie. Zij fungeren als baken naar de inkom van de zalen.

–   Visueel sterke centrale as vertrekkende vanaf de watertoren en de eerste schouw aan de noordzijde van het ketelhuis en doorlopende over het ketelhuis zelf. Deze as loopt parallel met het kanaal, met de bestaande betonwand en met het gebouw van de turbinehal.

–   De veelheid aan gebouwen zorgt voor een slechte leesbaarheid van de site op vlak van toegankelijkheid

–   Oriëntatie van de site: het kanaal is noordelijk gelegen, de voorzijde van de site is zuidelijk gelegen.

–   Positie jaagpad en kanaal tov de site: het jaagpas bevindt zich 6.00 meter hoger dan het buitenniveau van de site. De turbinehal op de eerste verdieping ligt dus ongeveer op hetzelfde niveau als het jaagpad en de esplanade.

–   Bestaande toestand van de dragende gevel van het ketelhuis: de bestaande gevel bestaat uit een zware dragende staalstructuur met een invulling van baksteen. Vastgestelde probleem hier is dat de baksteen, en de aansluiting tussen de bakstenen en de staalstructuur, niet waterdicht is, waardoor het regenwater via de stenen naar beneden komt tot op de stalen structuur, waardoor deze roest en verzwakt. Enkel het hervoegen van de gevel biedt hier geen afdoende oplossing naar waterdichting van het gebouw. Om het gebouw dus waterdicht te maken dient een nieuwe huid rondom het gebouw geplaatst te worden.

 

 

KRACHTPUNTEN VAN HET MASTERPLAN

 

CIRCULATIE AUTOVERKEER

 

–   Bereikbaarheid van de site voor autoverkeer: de transfo site wordt  voor het autoverkeer ontsloten via de Otegemstraat (noordelijk aan de kanaalzijde), waarbij de auto’s doorheen de parkeerstraat onder de esplanade rijden en zo de site verlaten via de Blokellestraat. Dit wil zeggen dat er een éénrichtingsverkeer op de site aanwezig is waarbij alle wagens onder de esplanade rijden en zo voornamelijk de oost-zuid gevel van het gebouw voorbijrijden. Omwille van deze reden wordt de betonwand als afscheiding van de parkeerstraat sterk opengewerkt aan de noord oostgevel van het gebouw zodat het gebouw en de toren aan het kanaal –die ‘s nachts ook extra opgelicht worden- duidelijk zichtbaar zijn bij het voorbijrijden onder het einde van de esplanade. De trappen en de lift naar deze esplanade zijn duidelijk zichtbaar zodat mensen die zich parkeren op de buitenparkeervelden, de toegang reeds opgemerkt hebben en duidelijk weten waarheen te gaan. Vanuit de parkeerstraat is het geheel van gebouwen toegankelijk op het gelijkvloers via de noordelijke foyer achter het ketelhuis. Op deze manier is de orientatie binnen het complex duidelijker.

–   Parkeergelegenheden: bevinden zich in eerste instantie onder de esplanade in de parkeerstraat, in tweede instantie op de 4 buitenparkeervelden.

 

TURBINEHAL

 

Werking van de turbinehal als ruggengraat van het complex.

 

 

ESPLANADE

 

De esplanade als fysische verbinding tussen het kanaal en de site.

 

 

 

OPZET VAN HET ONTWERP

 

– U-vormige ingreep: het optimaliseren van de circulatie waarbij er een duidelijkheid van toegankelijkheid ontstaat en waarbij de bestaande turbinezaal op de eerste verdieping functioneert als ruggengraat van het geheel van gebouwen. Dit gebeurt door de inbreng van een U-vormig element waarin de nieuwe circulatie en de toegangen vervat zitten. Dit element is direct ingeënt op de ruggengraat.

– Nieuwe huid rondom de gevel van het ketelhuis: alle baksteengevels van dit gebouw worden ingepakt met een nieuwe beschermende waterdichte huid die exact de vorm van de gevel volgt, zodat rechtstreeks aan het dak aangesloten kan worden. De nieuwe huid wordt op ongeveer 50cm afstand van de bestaande gevel geplaatst ter onderhoud. Enkel op het gelijkvloers wordt aan de noordwestelijke zijde het lager gebouwtje aan de foyer mee ‘ingepakt’. Op deze manier ontstaat de binnenruimte van de foyer.

De nieuwe huid dient een maximale transparantie te hebben zodat zij als het ware onzichtbaar is en versmelt met het bestaande gebouw.

– Renovatie van de bestaande gebouwen dient op zo’n manier te gebeuren dat het lijkt alsof de gebouwen onveranderd gebleven zijn. De gevels worden niet gezandstraald zodat hun verweerde karakter behouden blijft. Enkel noodzakelijke herstellingen aan de baksteengevels worden uitgevoerd, voegen worden niet uitgeslepen. De bestaande raamkaders dienen waar nodig ontroest te worden en opnieuw geschilderd, de beschadigde ramen worden vervangen. De niet beschadigde ramen blijven behouden.

De ramen en raamkaders van het ketelhuis die ingepakt zijn door de nieuwe huid dienen ontroest en opnieuw geschilderd te worden en de beschadigde ramen vervangen worden.

Bedoeling is dat de geschiedenis van de gebouwen behouden blijft en duidelijk afleesbaar blijft; dat de gebouwen beschermd en gerenoveerd worden met een minimum aan ingrepen.

– Foyer op het gelijkvloers: door het mee inpakken van het noordwestelijk gebouw met het ketelhuis, ontstaat een foyerruimte die rechtstreeks verbonden is met de verticale circulatie van de nieuwe U-vormige as. In het annex gebouw bevinden zich het onthaal, de keuken met bijhorend sanitair en berging van de bar in de foyer. Deze foyer geeft toegang tot de polyvalente zaal op het gelijkvloers in het ketelhuis. In deze foyer wordt de ‘locomobiel’, de eerste mobiele stoomketel voor de centrale er was, opgesteld.

 

 

TOEGANKELIJKHEID VAN DE GEBOUWEN

 

–   Hoofdtoegang van de gebouwen op het niveau van de esplanade: deze bevindt zich aan de noord-oost zijde van de gebouwen: vertrekkende vanaf de esplanade, bereikt men via een nieuwe brug rechtstreeks de sas aan de turbinezaal op de eerste verdieping. Hierbij vervult de schouw aan de kanaalzijde een sterke signaalfunctie, eveneens ’s avonds door het sterk oplichten van de inkompartij en de schouw. De brug komt in eerste instantie uit op de nieuwe sas van de ‘circulatie-as’, in tweede instantie op de turbinezaall.

–   Toegang van de gebouwen op het gelijkvloers: deze bevindt zich aan de noordoostelijke straat tussen de gebouwen en de parkeerstraat; en tussen de noordgevel van het ketelhuis en het achterliggende bestaande lager gebouw. Dit wordt als het ware de foyer, werkzaam naast de centrale ruggengraat zijnde de turbinezaal. In het bestaande lager gebouw wordt het onthaal voorzien samen met de keuken, sanitair en berging horende bij de foyer en de foyerbar. Vanuit deze foyer leidt de circulatie-as de bezoeker naar de turbinezaal.

–   Toegang van de fuifzaal: in de oost-zuidgevel van de turbinehal op het gelijkvloers, bevindt zich de toegang tot de fuifzaal. Hier bevindt zich een bestaande vide tussen het gelijkvloers en de eerste verdieping die afgesloten wordt door horizontaal gelaagd glas. Op deze manier worden beide ruimtes van elkaar afgescheiden, maar blijven ze ruimtelijk en visueel verbonden. In de gelijkvloerse ruimtes van de turbinehal bevinden zich alle secundaire functies van de fuifzaal. De zaal zelf bevindt zich in de annex naar het kanaal toe.

–  Toegang van het kantoor- archiefgebouw: hier blijft de bestaande toegang van het gebouw behouden, net als de bestaande verticale circulatie.

 

 

 

FUNCTIE OPDELING VAN DE GEBOUWEN

 

–   Circulatie-as: parallel met en aangrenzend aan de turbinezaal wordt een nieuwe verbindende horizontale circulatiekoker voorzien die de beide toegangen van de gebouwen verbindt. De nieuwe brug vertrekkende vanaf de esplanade komt uit in een sas als onderdeel van deze nieuwe as. Dit is een visueel sterk element binnen de gebouwen omdat het een langs perspectief regenereert en dwarse doorzichten laat ontstaan. Vanuit deze eerste sas is de turbinezaal als ruggengraat rechtstreeks toegankelijk. Binnen de nieuwe as bevinden zich de trap en de lift naar de gelijkvloerse foyer. In de foyer zelf is de tweede toegang tot de gebouwen voorzien met een sas. In principe is deze circulatie-as een evenwijdige met de ruggengraat die aan de beide uiteinden overgaat in een dwarse verbinding naar de gelijkvloerse uitgang en naar de esplanade – uitgang op de verdieping. Deze nieuwe inbreng is dus een U-vormig verbindend element.

–   Turbinezaal als ruggengraat van de gebouwen: de turbinezaal is de centrale verbindende ruimte tussen de noordelijk en de zuidelijk gelegen gebouwenvolumes. Deze ruimte wordt naar circulatie toe ondersteund door de aangrenzende circulatie-as. Vanuit deze zaal zijn de ruimtes op de eerste verdieping bereikbaar: het auditorium, centrale vestiaire en sanitair, en de brasserie. Via de as zijn alle gelijkvloerse ruimtes vlot toegankelijk vanuit de zaal: de foyer met bijhorende keuken, sanitair, berging en onthaal en de polyvalente zaal. Vier gebouwen of ruimtes zijn dus niet bereikbaar vanuit deze ruggengraat en functioneren volledig onafhankelijk, zijnde de fuifzaal, het kantoor- archiefgebouw, de fitness- klimruimte en het vroegere werkmanshuis dat eveneens als kantoor kan functioneren.

–   Gelijkvloers niveau van de turbinehal: dit is een donkere lage ruimte die praktisch ontoegankelijk en dus uitermate geschikt is  voor het herbergen van secundaire functies van de aanpalende gebouwen. Er is in de noordwestelijke kopgevel een nooduitgang aanwezig. Voor de nooduitgang is een waterpartij voorzien zodat het gebouw niet bereikbaar is vanaf de foyer, behalve via de nooduitgang.

–   Foyer: de nieuwe foyer ontstaat door de incorporatie van het lage achtergebouw bij het ketelhuis waardoor de fascinerende tussenruimte foyer wordt. Deze doet dienst als algemeen onthaal en is direct gekoppeld aan de polyvalente ruimte op het gelijkvloers in het ketelhuis. In deze foyer wordt de ‘locomobiel’, de eerste mobiele stoomketel voor de centrale er was, opgesteld. De foyer is tevens voorzien van een bar met bijhorende keuken, berging en sanitair, opgenomen in het lage achtergebouw.

–   Polyvalente zaal: deze zaal ontstaat door het plaatsen van een nieuwe vloerplaat in het ketelhuis op hetzelfde niveau als de turbinezaal. Op het einde van de zaal is een podium voorzien met daarachter de berging van het podium. Deze berging is voor de toelevering aangewezen op de zone onder de nieuwe brug op de eerste verdieping. Aansluitend bevindt zich in het verlengde van de sas van de eerste verdieping een glazen volume waarin de green room en sanitair voor de artiesten voorzien is.

–   Klim,- fitness en sauna zaal: deze zaal ontstaat in het bovenste gedeelte van het ketelhuis, boven de polyvalente zaal, op de eerste verdieping. In en rond de ketels kan geklommen worden, met op hoogte af en toe een zichtraam. In twee van de vier ketels worden sauna, kleedruimtes, sanitair, berging en onthaal opgenomen. Naar de esplanade toe is een groot raam op niveau van de vloer zodat er een overzicht over de esplanade ontstaat vanuit de klimruimte en omgekeerd. De wand naar de nieuwe circulatie-as wordt transparant uitgevoerd, zodat er een doorzicht is vanuit de turbinezaal in de klimruimte.

–   Fuifzaal: deze wordt ondergebracht in de pompenzaal. In het gebouw wordt een nieuwe vloerplaat geschoven op hetzelfde niveau als de turbinezaal. De ruimte die onderaan ontstaat op het gelijkvloers, wordt de fuifzaal, gekoppeld aan het gelijkvloerse gedeelte van de turbinehal. Op deze plaats in de turbinehal is een bestaande vide naar de eerste verdieping. Deze wordt afgesloten met horizontale beglazing zodat de ruimte onafhankelijk van de turbinezaal werkt en visueel toch verbonden blijft. De ingang van de fuifzaal bevindt

 

 

 

 

zich in de zuidoostelijke kopse gevel van de turbinehal. Via een geluidssas wordt de eigenlijke zaal in de annex bereikt. De bijhorende functies zoals vestiaire, sanitair en berging bevinden zich in de turbinehal op het gelijkvloers. Voor deze secundaire functies op het gelijkvloers dienen een aantal condensoren te verdwijnen maar dit zijn, volgens Kleio nv, de meest recente en dus van mindere waarde erfgoedkundig gezien. Via een poort zijn toeleveringen vanaf de esplanade mogelijk.

–   Auditorium: de nieuwe ruimte die ontstaat op de eerste verdieping in de pompenzaal doet dienst als auditorium en staat rechtstreeks in verbinding met de turbinezaal.

–   Kantoor- archiefgebouw: dit gebouw blijft zo goed als ongewijzigd. De bestaande ingang en trappenhal blijven behouden met inbreng van een lift. Het gebouw wordt gebruikt als kantoor en archief ruimte. De kleinere afzonderlijke ruimtes op het gelijkvloers, aan de zuidwestelijke gevel kunnen fungeren als afzonderlijk verhuurbare etalageruimtes voor bijvoorbeeld kunstenaars, productontwikkelaars, designers, … .  Eventueel zou ook een sandwichbar of een koffiebar hier een onderkomen kunnen vinden. Op deze manier kan met een minimale kost een nieuwe functie geregenereerd worden. De sanitaire ruimtes van de turbinezaal worden als het ware in de eerste verdieping van het kantoorgebouw geschoven.

–   Brasserie gebouw: op de eerste verdieping, gelinkt aan de turbinezaal bevindt zich een brasserie, zoals opgenomen in het masterplan. Op de verdieping is hier aan de zuidzijde een terras. Op het gelijkvloerse niveau bevinden zich de secundaire functies van de brasserie.

–   Werkmanshuis: dit onafhankelijk gebouw zou bijvoorbeeld de functie van kantoren kunnen krijgen met als doelgroep creatieve bedrijven zoals productontwikkelaars, designers, … .

 

 

WERKING VAN DE GEBOUWEN IN TIJD

 

–   Onafhankelijk werkende gebouwen, losgekoppeld van de turbinezaal: de fuifzaal, het kantoor- archief gebouw, de klim- fitnessruimte en het vroegere werkmanshuis.

–   Functies binnen de gebouwen die zowel onafhankelijk als gekoppeld aan de turbinezaal kunnen werken: de brasserie.

–   Functies binnen de gebouwen die enkel samen met de turbinezaal kunnen werken: het auditorium op de eerste verdieping, de polyvalente zaal, de foyer.

 

Dit houdt in dat de turbinezaal steeds gekoppeld aan de nieuwe U-vormige circulatie-as en de foyer op het gelijkvloers werkzaam is.

 

 

NIEUWE HUID VAN HET KETELHUIS

 

In het masterplan voor de site wordt vastgelegd dat het ketelhuis voorzien wordt van een nieuwe huid. “ ….De nieuwe huid beschermt niet alleen de oude structuur, maar respecteert door haar mate van transparantie ook het oude karakter van het gebouw… “ .

 

Onze visie op deze nieuwe huid is gebaseerd op een viertal principes :

–   Maximale transparantie : Het bestaande ketelhuis vormt door zijn omvang & vroegere functie een krachtige landmark langs het kanaal Kortrijk-Bossuit & is als dusdanig  opgenomen in het collectieve geheugen. We willen dit gegeven absoluut respecteren & stellen dan ook een maximale transparantie van de huid voorop.

–   Duurzaamheid : Binnen het algemene kader van duurzame ontwikkeling van deze site, moeten zowel materiaal als constructieprincipe voldoen aan een aantal criteria van duurzaamheid ( beperking van het materiaalgebruik, rationele constructieopbouw, lange levensduur door aangepaste & specifieke materiaaleigenschappen, zuinige energiebalans … )

–   Energetische waarde : Aangezien de bestaande wandopbouw bouwfysisch weinig kwalitatief is ( erg beperkt thermisch isolerend vermogen ) & er ondertussen via de recente EPB wetgeving minimum eisen worden opgelegd voor alle wanddelen, zijn de energetische eigenschappen van de nieuwe huid erg belangrijk. Een sterke verbetering van de bouwfysische eigenschappen van de huid garandeert niet alleen een sterk verbeterd gebruikerscomfort, maar betekent tegelijk een gevoelige besparing op de toekomstige uitgaven voor verwarming / koeling van het gebouw.

–   Budget : Om het volledige gevelvlak van het ketelhuis te kunnen bekleden binnen het opgegeven budget, moet het materiaal tenslotte budgetvriendelijk zijn.

 

Aan de hand van deze principes hebben we een constructieprincipe uitgewerkt waarbinnen een aantal transparante materialen worden vergeleken : meervoudig glas, meerwandige kunststof producten & kunststof membranen.

Om de bestaande gevels van het ketelhuis zo weinig mogelijk bijkomend te belasten, wordt een zelfdragende structuur geplaatst vòòr de huidige gevels. Deze structuur wordt onafhankelijk gefundeerd. Gezien de locatie ( naast het kanaal Kortrijk-Bossuit ) is een minimaal eigen gewicht van structuur & gevelmateriaal daarbij een belangrijk pluspunt. Om de maximale transparantie naar de bestaande gevels te bereiken is bovendien een slanke & dus opnieuw lichte structuur aangewezen.

 

–   Maximale transparantie :

  • o Meervoudig glas : Volgens de EPB-eisen, moet het glas minstens een dubbele, hoogrendementsbeglazing zijn. Bijvoorbeeld met een U-waarde 1,4. Het materiaal glas heeft een maximale transparantie maar er moet tevens rekening gehouden worden met de achterliggende draagstructuur. Om het materiaal zo efficiënt mogelijk te gebruiken ( standaard glasvlakken worden geproduceerd op een formaat van ca. 6 x 3 m ) wordt een gevelindeling in glasvlakken van ca. 3m hoog & 1m breed voorlopig voorgesteld. Dit betekent dus een achterliggend grid van aluminium draagprofielen op een module van 1 x 3 m, wat het doorzicht naar de huidige gevel enigszins belemmert.
  • o Meerwandige kunststof producten : De zeswandige uitvoering van deze kunststof panelen heeft een U-waarde van 1,2 & voldoet dus ruimschoots aan de EPB eisen. Door de opbouw ( zes kanalen met op regelmatige afstanden dwarse verbindingen ) ontstaat een verticaal effect dat sterk aansluit bij de bestaande gevels & het doorzicht naar de huidige gevels slechts weinig hindert. De panelen worden onderling waterdicht ineen geclipst & hoeven enkel onder- & bovenaan in een aluminium profiel geplaatst te worden. Kleine paneelankers verbinden deze panelen op regelmatige afstanden naar de achterliggende draagstructuur. De gevelinvulling is dus uniform zonder storende ( aluminium ) onderverdeling. Enkel de achterliggende algemene draagstructuur van de gevel wordt zichtbaar.
  • o Kunststof membranen : De driewandige uitvoering van deze kunststof membranen heeft een U-waarde van 2 na het onder druk brengen van het membraan & voldoet dus nipt aan de EPB-eisen. Het opgespannen, bolle membraan vervormt het beeld van de achterliggende gevels & moet bovendien, analoog aan het meervoudig glas, bevestigd worden tegen een achterliggende aluminium structuur. Door het erg kleine eigen gewicht van het membraan is een gevelindeling in grote vlakken ( veel groter dan 1 x 3 m ) wel mogelijk wat de transparantie opnieuw verbetert.

 

–   Duurzaamheid : De drie materialen bezitten een gelijkaardige U-waarde & zijn behoorlijk resistent tegen corrosie & vervuiling. Het is vooral het eigen gewicht van deze materialen dat sterk verschilt & ook de opbouw van de achterliggende draagstructuur bepaalt.

  • o Meervoudig glas : Bij een standaard gevelbekleding met glasvlakken van ca. 1 m breed & 3 m hoog, loopt het eigen gewicht van het glas erg vlug op. Indien het glas enkel onder- & bovenaan wordt ingeklemd in een profiel ( zoals gesuggereerd wordt op de sfeerbeelden opgenomen in het masterplan ) dan wordt de glasdikte al vlug 15.15.4 – 15 – 15.15.4 ( glasplaat buiten – luchtspouw – glasplaat binnen ). Met andere woorden ca. 4 x 15 mm glas =  60 mm glas… Dit betekent ca. 150 kg / m2 ofwel 450 kg per glasvlak van 1 x 3 m. Indien het glas aan de vier zijden wordt ingeklemd ( zoals bij een conventioneel raam of gordijngevel ), dan wordt de glasdikte al gereduceerd naar 8-15-44.4. Dit betekent dus 8+4+4 mm = 16 mm glas. Dit is nog steeds 40 kg / m2 ofwel 120 kg per glasvlak van 1 x 3 m. Bovendien moet het glas steeds ingeklemd worden in aluminium draagprofielen die op hun beurt verankerd worden aan de achterliggende draagstructuur.
  • o Meerwandige kunststof producten : De dikte van deze panelen is steeds 4,5 kg / m2 ofwel 13,5 kg per gevelvlak van 1 x 3 m.
  • o Kunststof membranen : Deze hebben een bijzonder laag eigen gewicht : ca. 0,3 kg / m2 ofwel 0,9 kg per gevelvlak van 1 x 3 m. Natuurlijk moet ook dit membraan vastgeclipst worden tegen een achterliggend aluminium profiel dat verankerd wordt tegen de achterliggende structuur van de gevel.

 

–   Energetische waarde : De U-waarde van courant meervoudig glas & meerwandige kunststof producten is gelijkaardig, respectievelijk 1,4 ( 1,1 ) en 1,2. Het kunststofmembraan heeft een iets lagere U-waarde van 2. Op de oost-, zuid- & westgevel kan het risico op oververhitting door middel van een eenvoudig ventilatiesysteem vermeden worden : regelbare openingen onder- & bovenaan de gevel doen een opwaartse luchtstroom ontstaan die de warmte afvoert naar buiten.

 

–   Budget : De drie materialen verschillen sterk qua eenheidsprijs voor levering & plaatsing, excl. achterliggende draagstructuur van de gevel.

  • o Meervoudig glas : Plaatsing van dubbele beglazing in een aluminium gordijngevelprofielen : ca. 325-350 € / m2
  • o Meerwandige kunststof producten : Plaatsing van zeswandige transparante plaat : ca. 125-150 € / m2
  • o Kunststof membranen : Plaatsing van membraan onder druk : ca. 225-275 € / m2

Een aantal van deze eenheidsprijzen stijgen echter regelmatig onder druk van de stijgende grondstofprijzen. In 2006 steeg de materiaalprijs van glas bv. gemiddeld 8%, aluminium maar liefst 18 %. De kunststof materialen ondervonden een kleinere stijging van enkele procenten.

 

Het is dus de meerwandige kunststof plaat die een aantal interessante eigenschappen verenigt : een relatief laag eigen gewicht, een interessante U-waarde, een hoge graad van transparantie én een lage eenheidsprijs. Bovendien is het mogelijk om deze panelen op heel grote lengtes te laten produceren zodat een uniform gevelvlak zonder horizontale onderverdelingen mogelijk wordt. En tenslotte is het voor grote oppervlaktes mogelijk om een aantal materiaaleigenschappen te laten aanpassen : de graad van transparantie verhogen & een exact kleur laten aanmaken.

 

Vandaar ons voorstel om het ketelhuis volledig – ook de oost- & zuidgevels, inclusief de topgevels – te bekleden met deze panelen.

  • – De onderbouw die de polyvalente zaal met foyer omvat willen we voorzien in een donkerrode bi-color uitvoering : enkel de binnenzijde van de panelen is donkerrood, de buitenzijde is transparant.
  • – De bovenbouw die de sport-functie omvat willen we in een volledig transparante plaat uitvoeren zodat het bestaande gebouw zoveel mogelijk aanwezig blijft.

Door deze combinatie ontstaat een wisselend gevelbeeld : overdag zijn onder- & bovenbouw nagenoeg identiek door de transparante buitenzijdes, terwijl ’s avonds de donkerrode binnenzijde van de onderbouw beplating naar buiten toe uitstraalt…

 

De gevelopbouw bestaat uit een minimale gegalvaniseerd stalen draagstructuur ( breedte ca. 50 cm om onderhoud aan bestaande gevel & huid mogelijk te maken ) waartegen een onder- & bovenprofiel wordt bevestigd. In deze profielen worden de kunststof panelen geplaatst & met paneelankers verder bevestigd tegen de achterliggende structuur.

 

 

Dankzij een intense samenwerking rond dit product met de producent en dit voor verschillende werven, zijnde woning H&D te Ooike, lift voor J.O.C. te Oudenaarde, Vlabo Londerzeel (6 privé woningen), werf in uitvoering woning te Wortegem-Petegem, …, is een nauw contact ontstaan. Er wordt een constante productvernieuwing doorgedreven door de producent, waardoor de ontwikkeling van een ‘uiterst transparante rodeca’ voor dit specifiek project zeker op stapel gezet zal worden.

Hierdoor wordt de site ‘de verlijfelijking van de nieuwe productontwikkeling’ doorheen haar herbestemming. De kleur van de rodeca te gebruiken voor de sokkel zal specifiek ontwikkeld worden in baksteen rood – roestbruin (verwijzing naar het vele staal in de gebouwen). Dit materiaal bestaande uit polycarbonaat, heeft  een zeer grote slagvastheid, is UV-gestabiliseerd en behoudt over een extreem hoog temperatuurbereik zijn plasticiteit en slagvastheid, bestendigheid tegen zuren en chemicaliën. Polycarbonaat elementen hebben bovendien goede zelfdovende eigenschappen.

 

 

 

 

ENERGIE EN DUURZAAMHEID

 

Bedoeling is de bestaande gebouwen daar waar nodig te renoveren met minimale ingrepen om zo een maximaal rendement te bekomen. Rond de te renoveren gevel van het ketelhuis wordt een nieuwe huid in rodeca geplaatst. Naar kostprijs rendement is dit materiaal zeer interessant: zie bovenstaande punt omtrent de huid. De huid vormt een waterdicht scherm en is tevens een thermische isolatie van het gebouw.

Door deze minimale kostprijs kunnen er investeringen in andere duurzame ontwikkelingen gebeuren, zoals bij voorbeeld het plaatsen van zonnepanelen op het zuidgerichte dakvlak van de turbinezaal.

 

 

 

BESTAANDE MACHINES EN TECHNIEKEN

 

–   Locomobiel, zijnde de eerste mobiele stoomketel van de centrale: deze wordt opgesteld in de foyer als een monument van de site en haar geschiedenis. Deze stoomketel bevindt zich momenteel onder de grote vide van de turbinezaal, op het gelijkvloers.

 

–   Condensoren op het gelijkvloers van de turbinezaal: deze blijven grotendeels bewaard samen met de funderingen van de machines. Enkel aan de zuidoostelijke zone, waar de secundaire functies van de fuifzaal voorzien zijn, worden een aantal condensoren verwijderd. Het betreffen hier echter, volgens Kleio nv, de meest recente condensoren en deze zijn dus van mindere waarde erfgoedkundig gezien. De oudste condensoren bevinden zich aan de noordelijke kopse zijde van het gelijkvloers van de turbinehal en deze blijven behouden.

–   Ketels in het ketelhuis: de bestaande ketels in de polyvalente zaal worden ten voordele van de bruikbaarheid van de zaal ingekort aan de onderzijde. De ketels worden functioneel opgenomen in de bruikbaarheid van de zaal bijvoorbeeld op het niveau van de polyvalente zaal wordt de verlichting opgehangen aan de binnenzijde van de ketels. Op niveau van de fitnessruimte worden de ketels gebruikt als klimmuur. Dit is zoals opgenomen in het bestaande masterplan.

–   Bestaande machines: deze blijven overal behouden in hun huidige toestand en zo veel mogelijk teruggebracht in hun oorspronkelijke toestand.

 

 

SIGNAALFUNCTIE VAN DE SITE

 

De transfo site met zijn schouwen en torens vormt een krachtige landmark langs het kanaal Kortrijk-Bossuit & is als dusdanig opgenomen in het collectieve geheugen.

We willen dit gegeven van ‘baken’ versterken aangezien de site niet meer als onbereikbaar eiland binnen haar omgeving zal staan, maar een aantrekkingskracht zal uitoefenen op haar directe en indirecte omgeving. De site zal doorheen haar metamorfose verschillende cultuur- en ontspanningsgerichte functies ondersteunen, bundelen en regenereren. Op deze manier zal ze bevruchtend werken.

Om deze signaalfunctie te versterken worden de 2 schouwen aan de kanaalzijde rood opgelicht, zodat de bestaande inham tussen het ketelhuis en het pompenhuis duidelijk zichtbaar wordt als de centrale toegang tot het geheel van de gebouwen. Aan de kanaalzijde wordt de gevel van het ketelhuis en het pompenhuis van onderuit opgelicht. Op deze manier wordt de toegang tot de gebouwen geaccentueerd vanaf de esplanade, het jaagpad en de overzijde van het kanaal.

Binnen de euroregio Vlaanderen  –  Wallonië  –  Noord-Frankrijk  wordt de site eveneens een baken doordat ze op zich een uniek gegeven binnen Europa is. Door de aanwezigheid,  intactheid en grote verscheidenheid aan machines is de site een unicum. Mede dankzij dit feit ontstaat een profilering op Europees niveau en werkt de site grensoverschrijdend.

 

Een toeristisch infopunt vormt een eindbaken van de esplanade. Hier wordt de esplanade in beton verticaal opgeklapt zodat ze letterlijk ‘eindigt’, op de wand ligt een zeer fragiele dakstructuur over de volledige breedte van de esplanade en het jaagpad. Onder dit zwevend dak bevindt zich in een transparant volume het toeristisch infopunt.  Het wordt een schuiloord, een rustplek op de esplanade. De circulatie naar de gebouwen van de site is tevens aan dit punt gekoppeld.

 

 

BUITENRUIMTEN

 

–  Zuidelijk georiënteerde grootschalige buitenruimte: De bestaande helling in grind wordt omgevormd tot een openluchttheater dat kan gebruikt worden voor grootschalige activiteiten zoals bijvoorbeeld een popconcert.  Het vormt een beschutte plaats doordat het 6.00 meter lager ligt dan de esplanade en afgesloten is van het water aan de noordelijke zijde.

 

– Zuidelijk georiënteerde kleinschalige buitenruimte: mogelijkheid tot het creëren van een aangenaam terras voor het kantoor- en archief gebouw.

De volumes op het gelijkvloers in de voorgevel van dit gebouw kunnen fungeren als afzonderlijk verhuurbare etalageruimtes voor bijvoorbeeld kunstenaars, productontwikkelaars, designers, … . Op deze manier kan met een minimale kost een nieuwe functie geregenereerd worden. Eventueel zou ook een sandwichbar of een koffiebar hier een onderkomen kunnen vinden.

 

– Noordelijk georiënteerde esplanade aan het water: deze bevindt zich op 6.00 meter hoogte tov de site en op hetzelfde niveau van het kanaal waardoor er een gerichtheid is op het water en het jaagpad. Deze esplanade wordt voornamelijk gebruikt door fietsers, wandelaars, … en is gelinkt aan de activiteiten op het water.

Het einde van de esplanade wordt benadrukt door een muur in beton, de esplanade die als het ware opgeklapt wordt, waarop een beschermende luifel aangebracht wordt. Onder deze luifel bevindt zich het toeristisch infopunt. Aan dit eindpunt van de esplanade zijn een beton trap en een lift naar beneden gekoppeld. Op deze manier wordt het eindpunt van de esplanade tevens een startpunt voor de volledige site. Mensen die van de parking komen worden in eerste instantie aangetrokken door dit verlichte eind-begin punt en de trap. Van hieruit is het volledige gebouw gemakkelijk te bereiken via een brug. De esplanade vormt tevens het dak van de parking op het gelijkvloers.

 

– Noordelijk georiënteerde straat tussen de esplanade en de kanaalzijde van de gebouwen: de gebouwen worden volledig losgekoppeld van de esplanade zodat hier een straat op gelijkvloers niveau van het gebouw ontstaat. Deze straat verbindt het openluchttheater met de inkom van de foyer op het gelijkvloers, vervolgens met de doorsteken naar de straatparking en de toeleveringszone onder de nieuwe brug, en uiteindelijk met de trap en lift naar de esplanade.