Vlabo L

ENNL

Sociale woningen.
Londerzeel, 2001, 720 m²

De site is een restruimte, ingeklemd tussen de bebouwing aan het plein en een (schijnbaar) eindeloze lintbebouwing. De kunstmatigheid van het afgebakende terrein (perceelgrens vooraan ca. 27m breed / perceelgrens achteraan ca. 54m ) wordt niet gecamoufleerd maar expliciet gesteld in het afbakenen van zes bouwpercelen.

De bouwzone die het volledige terrein beslaat wordt volledig uitgebuit in het organiseren van de woonvolumes.
Langs de straat (Doofmeren) worden de gegroepeerde woningen 5m achteruit geplaatst. Deze zone wordt verhard met kasseien en voorzien van een dak in geprofileerde kunststofplaat om een schuilplaats te bieden aan de auto.

De woningen werden zodanig ingeplant dat een semipubliek voorplein ontstaat, te verharden in kasseien. De trapsgewijze aaneenschakeling van de woningen zorgt voor een sterke geleding van het vervormde perceel en een duidelijke begeleiding naar de verschillende toegangen. De lichte verdraaiing van de diepst gelegen woning geeft aan dat er een doorsteek is van het gemeenschappelijk voorplein naar de achteraan gelegen voetgangersdoorgang.

Elke woonunit richt zich afwisselend naar de semipublieke voorruimte en naar zijn eigen private tuin achteraan. De kunstmatigheid van de site wordt dynamisch in een afwisseling van licht, oriëntatie en semipublieke en private buitenruimtes.

De stedenbouwkundige inplanting vormt onder andere door de densiteit een alternatief voor de verkaveling. Het incorporeert de stedelijke kwaliteiten plein, straat, steeg, dakterras en koppelt ze aan de landelijke kwaliteiten van het hebben van een tuin. Op deze manier wordt het een horizontaal bouwblok met individuele tuinen.

De basisakte van het geheel is tevens opgemaakt analoog aan deze van een appartementsgebouw met een 10.000ste verdeling van de gemeenschappelijke ruimtes.

Baksteen/Wanden.

Het materiaal, rode baksteen, het typische plaatselijke Vlaamse bouwmateriaal, gedraagt zich als regulerende factor met de bestaande en de geplande bebouwing.

De wanden zijn opgebouwd uit het typische bouwelement van het prefab bouwsysteem van de opdrachtgever Danilith. De samenstelling bestaat uit rode baksteen, waterdichte beton, isolatie, argexbeton en bepleistering

De woonunits ontstaan met gelijkheid als beginsel.

Elke woonunit heeft uitgepuurde perspectieven verbonden met de circulatiezones.
Elke woonunit heeft variërende  lichten en zichten volgens zijn specifieke locatie in het geheel.
Elke woonunit is georganiseerd rond een vide, de ruimtelijke drager en lichttunnel.
De binnenmuren zijn, door de eigenheid van het Danilith-systeem, gepleisterde betonwanden.
De raamconstructies bestaan uit houten schrijnwerk, meranti, voorzien van superisolerende beglazing. Groene rodecawanden worden voorzien voor de trapmonades van de dakverdieping en geven licht maar geen zichten.

Woonunit 1 / 2:

De twee woningen worden dwars op de straat georiënteerd zodat de tuin en de eet/woonkamer volledig zuid gericht is.
De positie van de monade scheidt de woning van de publieke straat en de nabijgelegen woning. De keuken geeft uit op de semipublieke buitenruimte.

Woonunits 3:

Het dissonante element: het volledig achteraan plaatsen van de woonunit op de perceelgrens en de lichte verdraaiing benadrukken de dynamiek in de inplanting van de woonunits.

De trappen van de deze woonunit werden naar buiten geduwd zodat de woning een maximum aan oppervlakte heeft aan de binnenkant. De verdieping werd zodanig ontworpen dat deze als een open ruimte kan gebruikt worden, maar achteraf nog zonder problemen kan ingedeeld worden.

De positie van de monade scheidt de woning van de semipublieke doorgang en de nabijgelegen woning.

Woonunit 4 / 5 / 6:

De drie woningen werden trapsgewijs ingeplant zodat een sterke ritmering en geleding van de monades op de dakverdieping ontstaat. Deze inplanting benadrukt ook telkens de private toegangen tot de woningen afzonderlijk.

De vide is centraal geplaatst zodat een centrale lichtinval de woning als het ware opsplitst in twee delen. Hierbij wordt de keuken en eetruimte gesitueerd aan de semipublieke  buitenruimte, de woonkamer volledig op de private tuinzijde om een maximale privacy te bereiken.

Schilderwerken.

Ook in de schilderwerken van de woningen heerst eenheid in de verscheidenheid. Een aantal wanden in alle woningen worden geschilderd volgens een kleurenpallet van schilderijen van Mark Rothko. De geschilderde wanden zijn geselecteerd volgens hiërarchie van de kleuren in de schilderijen Rothko 92, Rothko 77, Rothko 28, Rothko 36, Rothko 41, Rothko 75.

Tuinen.

Om de eenheid in de tuinen op hetzelfde niveau te brengen als de eenheid in de woningen, kan een type boom, hoogstam, één stuk, geplant worden in elke tuin.

De percelen werden zoveel als mogelijk gelijk verdeeld maar elk perceel is anders geconfigureerd vandaar ook de verschillen in de gevels van de woonunits.

Social housing.
Londerzeel, 2001, 720 m²

 

Jaarboek Vlaanderen / Bouwen met baksteen / A+

 

The site is a residual space, wedged between the buildings on the square and a (seemingly) endless ribbon development. The artificiality of the defined area (front boundary approximately 27m wide  / rear boundary approx. 54m) is not camouflaged but explicitly stated in delimiting six plots.

 

The building zone covering the whole site is fully exploited in the organization of the residential dwellings.

Along the street (Doofmeren) the clustered residences will be placed 5m backwards. This zone is paved with cobblestones and is provided with a roof structure in corrugated plastic plates to provide shelter to cars.

 

The residences were implanted in such a way that a semi-public square is created, that will be paved with cobblestones. The cascading concatenation of the residences provides a strong connection of the reformed plot and  a clear guidance to the different entrances. The slight rotation of the deepest located residence indicates that there is a passage way from the common square at the front to the passageway for pedestrians in the back.

 

Each residence focuses alternately to the semi-public space and to its own private garden in the back. The artificiality of the site becomes dynamic in a variety of light, orientation and semi-public and private outdoor spaces.

 

The urban implantation is an alternative to the allotment, among other things due to the density. It incorporates the urban qualities such as a square, street, alley, roof terrace and links them to the rural qualities of having a garden. In this way, it becomes a horizontal building block with individual gardens.

The founding notarial deed of the whole building is also made analogous to those of an apartment building with a 10.000th distribution of the common areas.

 

Brick / Walls.

The material, red brick, a typical Flemish local building material, acts as a regulator of the existing and the planned buildings.

The walls are built up from the typical architectural element of the prefabricated building system of the client Danilith. The composition consists of red brick, waterproof concrete, insulation, argex- concrete and stucco.

 

 

Residential units.

The residential units are created with equality as a principle.

Each residence has refined perspectives associated with the circulation zones.

 

 

Each residential unit has varying lights and sights according to its specific location in the whole.

Each residential unit is organized around an atrium – the spatial support and light tunnel.

The interior walls are, by the uniqueness of the Danilith system, plastered concrete walls.

The window frames are made of wooden joinery, meranti wood, and fitted with super-insulating glazing. Green rodeca walls are provided for the staircases of the top floor and give light but no sight.

 

Residential Units 1/2:

The two residences are oriented transverse to the street in order that the garden and the dining/ living room is facing completely South.

The position of the monad separates the property from the public road and the nearby house. The kitchen opens onto the semi-public outdoor space.

 

Residential Unit 3:

The dissonant element: placing the residence entirely on the boundary in the back and the slight rotation emphasize the dynamics of the implantation of the residences.

The stairs of this residential unit were pushed out so that the house has a maximum floor area on the inside. The second floor has been designed as one usable open space, but it could be divided in the future if needed.

The position of the monad separates the residence from the semi-public passage and the nearby residence.

 

Residential Units 4/5/6

The three units were implanted in a cascaded manner so that a strong rhythm and connection of the monads on the rooftop is created. This implantation also highlights the separate private entrances to the residential units.

The atrium is centrally located so that the incidence of light in the residence splits it into two parts as it were. Hereby, the kitchen and dining area are situated at the semi-public outdoor space side, the living room is situated entirely on the private garden side to achieve maximum privacy.

 

The painting.

 

In the paintwork of the residences unity prevails in diversity. Some walls in all residences are painted according to the color palette of paintings by Mark Rothko. The painted walls are selected according to hierarchy of the colors in the paintings Rothko 92, Rothko 77, Rothko 28, Rothko 36, Rothko 41, Rothko 75.

 

 

Gardens.

 

To put the unity in the gardens at the same level as the unity of the residences, a specific type of tree, a tall tree, one piece, can be planted in each garden.

The plots were distributed equally as much as possible but each plot is configured differently, hence the differences in the facades of the residential dwellings.